zaterdag 13 juni 2009

Faalangst voor reflectieverslag!

Na twee maanden dag en nacht intensief gewerkt te hebben, is mijn reflectieverslag af. Toen ik eraan begon, dacht ik dat ik het nooit af zou krijgen. Ik had als het ware faalangst voor het schrijven van een reflectieverslag. Ook had ik er geen benul van hoe ik het moest aanpakken. Maar hoe meer ik vorderde in mijn onderzoek, hoe minder mijn faalangst werd.

Ik heb in januari deelgenomen aan de Leereenheid Onderzoek. Ik moest namelijk een reflectieverslag schrijven en had nog geen flauw idee hoe dat ik dat moest doen. Ook had ik nog geen onderwerp voor mijn reflectieverslag. Ik wist wel dat ik als onderwerp iets multicultureels wilde hebben. Toevallig moesten we tijdens de Leereenheid Onderzoek een kleinschalig onderzoek doen naar de berichtgeving van de media over de multiculturele samenleving. Dit naar aanleiding van de uitspraken van Washif Shadid, hoogleraar interculturele communicatie, over die berichtgeving. Hij is van mening dat wanneer de multiculturele samenleving in het nieuws komt, dit vrijwel altijd negatief is en in verband met criminaliteit, gebrekkige integratie en andere problemen. Dit was ook juist de stelling die we tijdens de leereenheid gingen onderzoeken.

Tijdens een gesprek met Malou en Cindy die de Leereenheid begeleidden, vertelde Cindy mij dat ik de stelling van het onderzoek ook mocht gebruiken voor mijn eigen reflectie. Want het onderzoek dat we tijdens de Leereenheid verrichtten was niet echt uitgebreid. Ook wilde ik, in tegenstelling tot de Leereenheid, het onderzoek richten op een medium. Ik heb gekozen voor het NOS Journaal, omdat dit een nieuwsorganisatie is die onderdeel is van een publieke omroep en daarom een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. Ik was dus benieuwd hoe een nieuwsorganisatie die onderdeel is van een publieke omroep omging met de berichtgeving over de multiculturele samenleving. Nu had ik dus een onderwerp en moest ik nog bedenken hoe ik mijn onderzoek aan zou pakken. De oefeningen en tips die we tijdens de Leereenheid kregen, waren erg nuttig voor mijn eigen onderzoek.

Ik ben eerst begonnen met het maken van een voorlopige inhoudsopgave, een inleiding en de deelvragen. Die heb ik vervolgens voorgelegd aan Cindy en Malou. Zij waren er enthousiast over en motiveerden me om door te gaan. Volgens hen was ik op de goede weg. Ook gingen zij me begeleiden tijdens het schrijven van mijn reflectieverslag, want dat was nog een hele klus. Maar tijdens deze zware klus hebben Cindy en Malou mij erg goed begeleid. Zij gaven goede feedback en motiveerden mij om door te gaan. Zij zijn een van de beste begeleiders die iemand zich kan wensen. Ik was er in ieder geval erg blij mee dat ik hen als begeleiders had.


Aan de hand van de stelling: wanneer de multiculturele samenleving in het nieuws komt is dit vrijwel altijd negatief en in verband met criminaliteit, gebrekkige integratie en andere problemen, heb ik een centrale vraag opgesteld die luidt: hoe is de berichtgeving van het NOS Journaal over de multiculturele samenleving? Mijn deelvragen waren:
1. Wat is er uit eerdere onderzoeken al bekend over de berichtgeving in de Nederlandse media over de multiculturele samenleving?

2. Wat voor een journalistieke organisatie is de NOS?

3. Hoe vaak is er in de periode december 2008 – maart 2009 in het NOS Journaal van 20.00 uur bericht over de multiculturele samenleving?

4. Hoe is er in de periode december 2008 – februari 2009 in het NOS Journaal bericht over de multiculturele samenleving?

5. Hoe denken deskundigen over de berichtgeving van het NOS Journaal over de multiculturele samenleving aan de hand van mijn analyse?

Nadat ik de centrale vraag had opgesteld en de deelvragen heb geformuleerd, heb ik een plan van aanpak gemaakt. Ook heb ik een onderzoeksgroep en een tijdsperiode afgebakend voor mijn onderzoek. Omdat de multiculturele samenleving een breed begrip is, heb ik me in mijn onderzoek beperkt tot de grootste groep niet-westerse allochtonen in Nederland: Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen. Ook heb ik de groep moslims meegenomen, omdat Marokkanen en Turken vaak worden geassocieerd met moslims. Verder zou ik het NOS journaal terugkijken en analyseren voor een periode van drie maanden (i.v.m. de beknopte tijd die ik heb voor het schrijven van mijn reflectieverslag). De tijdsperiode waarin ik het NOS Journaal zou terugkijken was 1 december 2008 tot 1 maart 2009. Hierbij heb ik alle items meegenomen die betrekking hebben op de bovenstaande groeperingen. Aan de hand van het invullen van een analysemodel heb ik uiteindelijk besloten of het nieuwsfeit en de berichtgeving positief, negatief of neutraal waren.

Mijn reflectieverslag bestaat uit een literatuuronderzoek waarbij ik een kijkje heb genomen in de eerdere onderzoeken die zijn gedaan naar de berichtgeving over de multiculturele samenleving, een inhoudsanalyse waarbij ik voor een periode van drie maanden de nieuwsuitzendingen van het NOS Journaal heb teruggekeken en heb geanalyseerd en een veldonderzoek waarbij ik drie deskundigen (Washif Shadid, hoogleraar interculturele communicatie, Huub Evers, lector interculturaliteit en docent media ethiek en Giselle van Cann, adjunct-hoofdredacteur NOS Journaal) heb geïnterviewd over de berichtgeving van het NOS Journaal over de multiculturele samenleving. Aan de hand van deze drie onderdelen heb ik uiteindelijk een conclusie geschreven en antwoord gegeven op mijn centrale vraag.

Mijn conclusie luidde: Het NOS Journaal bericht over het algemeen neutraal over niet-westerse allochtonen. Alleen het nieuwsfeit waar ze mee in verband worden gebracht, is over het algemeen negatief. Met name Marokkaanse jongeren worden vaak met criminaliteit geassocieerd. Ook was het opmerkelijk dat de visie van niet-westerse allochtonen bij de dagelijkse onderwerpen ontbreekt. Als er globaal naar de analyse gekeken wordt, dan wordt er ook vrijwel altijd een oordeel geveld. Over het algemeen wordt er meestal een oordeel gegeven door de mensen die aan het woord komen. Enkele malen komt het voor dat het oordeel afkomstig is van de verslaggever. Er wordt 22 keer een positief, 16 keer een negatief en 7 keer een neutraal oordeel gegeven. Als het gaat om beeld- en woordgebruik kan er gesteld worden dat het journaal hier over het algemeen goed mee omgaat. Het komt maar een aantal keer voor dat er opmerkelijkheden zijn in de woordkeuze van de journalist of in het beeldgebruik.

De deskundigen zijn het onderling niet altijd met elkaar eens over de berichtgeving. Met name Wasif Shadid heeft een uitgesproken mening over de beeldvorming van allochtonen en moslims. Hij vindt dat criminaliteit, drugsgebruik en overlast synoniemen zijn geworden voor allochtonen en moslims. Ook stoort hij zich eraan dat bij de berichtgeving over allochtonen de etniciteit wordt vermeld. Ook wanneer dit niet relevant is. Dit komt bij mijn analyse duidelijk naar voren wanneer het gaat om de berichtgeving over Marokkaanse jongeren. Over de relevantie hebben de andere twee deskundigen hun bedenkingen. Enerzijds stelt Huub Evers dat bij de problematiek van hangjongeren het melden van de etniciteit niet relevant is, omdat dit niet een onderdeel is van een cultuur. Anderzijds vindt Gissele van Cann dat als het probleem zich specifiek voordoet bij Marokkanen dit wel vermeld moet worden. Maar daar tegenover stelt ze dat het nu om derde generatie Marokkanen gaat en in hoeverre hebben we het dan nog over Marokkaanse jongeren? Dit is binnen de NOS ook een discussiepunt. Evers en Van Cann zijn van mening dat er over het algemeen neutraal bericht wordt over allochtonen, maar ze vinden dat het NOS Journaal nog een lange weg te gaan heeft. Zoals Van Cann ook vermeldt moet de bestaande redactiecultuur nog doorbroken worden. Er zijn nog steeds bepaalde verankerde ideeën die ruimte moeten maken voor andere visies. Hierbij is het van belang dat de redacties verkleuren. Dat kan leiden tot nieuwe invalshoeken en andere perspectieven.

Toen ik aan dit onderzoek begon, was ik het eens met Wasif Shadid dat er over het algemeen negatief wordt bericht over de multiculturele samenleving. Na mijn analyse van het NOS Journaal (voor een periode van drie maanden) heb ik gezien dat de berichtgeving van het NOS Journaal over het algemeen neutraal getint is. De berichtgeving is niet enkel negatief. Ook heb ik gezien dat de NOS zijn keuzes wel overweegt, ook al vliegen de journalisten hier en daar soms uit de bocht. Alleen er moet meer stilgestaan worden bij het vermelden van de etniciteit. Ik heb tijdens de analyse van de nieuwsuitzendingen gemerkt dat dat soms ook wordt gedaan wanneer het naar mijn mening niet relevant is. Dit kan zorgen voor vooroordelen over bepaalde groeperingen of de bestaande vooroordelen juist in de hand werken. Voor mij is het vermelden van etniciteit alleen relevant als het misdrijf of gebeurtenis echt te maken heeft met een bepaalde cultuur (bijv. eerwraak). Ik moet wel zeggen dat ik gemerkt heb dat het NOS Journaal hier al mee bezig is, maar ze hebben nog een slag te maken.

Om op de zwakke en sterke punten van mijn reflectieverslag te komen. Sterke punten: wat goed is aan deze reflectie is dat ik in hoofdstuk een voor mijzelf heel goed heb beschreven wat en op welke manier ik het onderzoek wil doen. Want ook tijdens de Leereenheid Onderzoek die we op school hebben gevolgd, bleek dit vrij lastig te zijn. Ook heb ik de groeperingen die onder de multiculturele samenleving vallen goed afgebakend, waardoor mijn onderzoek niet te breed werd. Ook het beschrijven van wanneer iets positief, negatief of neutraal is, was niet makkelijk. Toch ben ik tot een bruikbare beschrijving gekomen. Het scheiden van nieuwsfeiten en berichtgeving was ook verstandig. Want van een negatief nieuwsfeit kan de berichtgeving heel neutraal zijn of andersom. Daarom ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. Verder heb ik een duidelijk analysemodel opgezet waarmee ik de uitzendingen heb geanalyseerd. Hierdoor wist ik tijdens het bekijken van de items waar ik rekening mee moest houden. Aan het begin van dit onderzoek was mijn visie dat er in de media over allochtonen veelal negatief bericht wordt. Ik heb me tijdens de analyse van het journaal niet laten leiden door mijn mening en heb er op een objectieve manier naar gekeken. En de conclusie kwam niet helemaal overeen met mijn voorgaande visie als het gaat om de berichtgeving van het NOS Journaal. Verder heb ik een leuk en interessant gesprek gehad met de adjunct-hoofdredacteur van het NOS Journaal en heeft ze mij vaak gelijk gegeven op de verbeterpunten waarop ik haar op heb gewezen (zie interview bijlage), voornamelijk als het gaat om vermelden van etniciteit bij de derde generaties Marokkanen, Turken etc. Ik ben van mening dat ik bij mijn interviews kritisch ben geweest.

Zwakke punten in mijn reflectie: wat ik minder vind in deze reflectie is dat ik eigenlijk het liefst de berichtgeving van het NOS Journaal had willen vergelijken met die van het RTL Nieuws en Hart van Nederland. Dan had ik kunnen bekijken of het journaal gezien zijn publieke karakter evenwichtiger bericht over de multiculturele samenleving dan de commerciële omroep. Dit was eerst ook mijn plan. Maar gezien de tijdsdruk heb ik er toch uiteindelijk voor gekozen om alleen de berichtgeving van het NOS Journaal te analyseren. Ook kunnen er kanttekeningen bij dit onderzoek geplaatst worden. Het is maar kleinschalig omdat de analyse van het journaal gaat over een periode van drie maanden. Toch wijst het een bepaalde wijze van berichtgeving over de multiculturele samenleving aan. En het zou een begin kunnen zijn van een uitgebreider onderzoek over een langere periode en met betrekking van meerdere omroepen (zoals RTL Nieuws). Verder vind ik het jammer dat ik niet een enquête heb gehouden onder mijn onderzoeksgroep; hoe zij denken over de berichtgeving van het NOS Journaal. Maar ik denk dat de informatie die erin verwerkt is wel relevant is voor mijn onderzoek. Die mogelijkheid was er bij dit onderzoek niet, gezien de tijd waarin het onderzoek plaats moest vinden. Een uitgebreider onderzoek zou moeten uitwijzen of dit ook geldt bij de analyse van het journaal voor een langere periode en hoe de berichtgeving over de multiculturele samenleving in andere media is. Verder vind ik jammer dat ik Wasif Shadid niet persoonlijk heb kunnen interviewen (omdat hij druk had) en mijn vragen over de mail moest stellen. Hierdoor werd het interview niet heel inhoudelijk. Toch wil ik hem en de andere interviewkandidaten bedanken voor hun samenwerking.

Al met al hoop en denk ik dat ik ondanks de korte tijd die ik had voor het schrijven van mijn reflectie en de dingen die ik nog daaromheen moest doen een uitgebreid en goed onderzoek heb neergezet. Het kan natuurlijk altijd beter. Daarom heb ik in mijn reflectieverslag ook aanbevelingen gedaan voor een vervolgonderzoek. Ik denk dat mijn reflectieverslag ook kan dienen als een handleiding voor de journalisten op de redectie van het NOS Journaal. Ik heb Gisselle van Cann in ieder geval beloofd om mijn reflectieverslag toe te sturen. Ze gaf tijdens het interview aan dat ze er erg naar uitkeek. Ik hoop hiermee ook aan te tonen dat ik competentie 8, reflecteren op het vak en competentie 11, reflecteren op een maatschappelijke verschijnsel kan aantonen. Mijn begeleiders waren trots op mij, maar ik had mijn reflectieverslag niet kunnen voltooien zonder hun steun. Ik wil mijn begeleiders Malou en Cindy daarom hartelijk bedanken!


1 opmerking:

  1. Hey Faatje

    Zeer interressant onderwerp. Daarnaast is er gebruik gemaakt van een zeer goede onderzoeksmethode klasse!

    xxx Claudia

    BeantwoordenVerwijderen